ondergang

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ondergang ondergangen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ondergang m

  1. het verdwijnen onder de horizon van een hemellichaam
    • De ondergang van Venus is vandaag iets eerder dan die van de maan. 
  2. het verdwijnen van een stad, staat of cultuur, met name ten gevolge van oorlog
    • De ondergang van de Klassieke Mayacultuur is nog altijd raadselachtig. 
    • Mathematicus Spina, die voor desen treffelijck getroffen heeft, deselve prognosticeert des Turcken ondergang in den Iare 1650. desgelijcx doetoock een Monnick , dewelcke over Vranckrijck in Polen ghe 
  3. het kapot gaan van iets
     Als de aanstaande ondergang van het Aquarium dit jaar het sombere nieuwtje binnen de familie was, dan was het des te merkwaardiger dat hij bij zijn broer thuis was om te vieren wat juist de grootste vreugde van de familie was geweest.[2]
  4. de dood of het verzinken in ellende van een persoon
    • De drank wordt nog je ondergang als je zo doorzuipt! 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. ondergang op website: Etymologiebank.nl
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be