verval

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·val

Werkwoord

vervoeging van
vervallen

verval

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vervallen
    • Ik verval. 
  2. gebiedende wijs van vervallen
    • Verval! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vervallen
    • Verval je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie