oksel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ok·sel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘holte onder de arm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord oksel oksels
verkleinwoord okseltje okseltjes

Zelfstandig naamwoord

oksel m

  1. (anatomie) de holte tussen de arm en de romp, bij de schouder
     Niemand scheerde zijn kin of oksels, bh’s bleken niet te werken onder zware rugzakken en er was een gezonde hoeveelheid vrije liefde onder de jonge garde.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen