noemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • noe·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
noemen
noemde
genoemd
zwak -d volledig

Werkwoord

noemen

  1. overgankelijk met een naam aanduiden
    • Hoe noem je zo'n plant? 
  2. overgankelijk vermelden door het uitspreken van de naam
    • In het bijzonder zou ik Jacob willen noemen, die zich afgelopen jaar ongelooflijk hard voor ons heeft ingezet. 
  3. (België) (informeel) koppelwerkwoord heten, een bepaalde naam hebben [1]
    • Hoe noemt gij? 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen