noemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • noe·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
noemen
noemde
genoemd
zwak -d volledig

Werkwoord

noemen

  1. (overgankelijk) met een naam aanduiden
    Hoe noem je zo'n plant?
  2. (overgankelijk) vermelden door het uitspreken van de naam
    In het bijzonder zou ik Jacob willen noemen, die zich afgelopen jaar ongelooflijk hard voor ons heeft ingezet.
Afgeleide begrippen
Vertalingen