nodig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • no·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nodig nodiger nodigst
verbogen nodige nodigere nodigste
partitief nodigs nodigers -

Bijvoeglijk naamwoord

nodig

  1. waar behoefte aan is; wat noodzakelijk is
    • Hij had het nodige gedaan om er een succes van te maken. 
     Zelf moest ik ook erg nodig naar de wc, maar ik durfde na dit verhaal absoluut niet meer naar buiten.[2]
  2. nogal talrijk
     Er waren de nodige vervelende lui, die onbeschoft, arrogant of verwend waren en ik deed mijn best om ze te vermijden.[2]
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
nodigen

nodig

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nodigen
    • Ik nodig. 
  2. gebiedende wijs van nodigen
    • Nodig! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nodigen
    • Nodig je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. nodig op website: Etymologiebank.nl
  2. 2,0 2,1 Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be