broodnodig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brood·no·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen broodnodig
verbogen broodnodige
partitief broodnodigs

Bijvoeglijk naamwoord

broodnodig

  1. (intensief) heel erg nodig, net zo nodig als brood
    • We konden op vakantie alleen de broodnodige spullen meenemen omdat de bagage anders te zwaar werd. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.