onnodig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·no·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van nodig met het voorvoegsel on-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onnodig onnodiger onnodigst
verbogen onnodige onnodigere onnodigste
partitief onnodigs onnodigers -

Bijvoeglijk naamwoord

onnodig

  1. niet noodzakelijk
     Nu concludeert het gerechtshof dat het intrekken van het reeds gepubliceerde rapport onnodig is, omdat de inhoud ervan al bekend is.[1]
     Ik gebruikte de eerste paar weken natte doekjes om me ’s avonds op te frissen en het stof en zweet weg te vegen, maar vond de doekjes al snel te veel onnodig gewicht om met me mee te dragen.[2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Tjerk Gaulthérie van Weezel en Rik Kuiper “Gerechtshof brandt vingers niet aan inspectierapport over Haga Lyceum” (24 december 2019), de Volkskrant
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be