onnodig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·no·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van nodig met het voorvoegsel on-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onnodig onnodiger onnodigst
verbogen onnodige onnodigere onnodigste
partitief onnodigs onnodigers -

Bijvoeglijk naamwoord

onnodig

  1. niet noodzakelijk
     Nu concludeert het gerechtshof dat het intrekken van het reeds gepubliceerde rapport onnodig is, omdat de inhoud ervan al bekend is.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Tjerk Gaulthérie van Weezel en Rik Kuiper “Gerechtshof brandt vingers niet aan inspectierapport over Haga Lyceum” (24 december 2019), de Volkskrant