navorsing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·vor·sing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord navorsing navorsingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

navorsing v [1]

  1. het inwinnen van informatie
     Bij navorsing bleek dat Lustig op de site van Elite Bouw & Advies onterecht het Politie Keurmerk Veilig Wonen voerde. Ook schreef hij ‘tevens gespecialiseerd te zijn in financieringen en hypotheken’ maar kon dat niet hard maken met een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten. Na publicatie verdween deze zinsnede van de site.[2]
     Ook stellen die vrijdag een avondje uitgaan, merken dit in hun portemonnee. Kaartjes voor bioscoop, theater en concert werden het afgelopen jaar een stuk duurder, blijkt uit navorsing van ING. De entreeprijzen stegen gemiddeld 4,9 procent. Voor een etentje buiten de deur moet tegenwoordig door de bank genomen 1,2 procent meer worden neergeteld.[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Roel Lutkenhaus “Puinhoop bij failliete firma’s” (28-12-2009), Tubantia
  3. Bronlink Weblink bron “Cupido duurder uit met Valentijn” (13-02-2014), Tubantia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be