speurwerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • speur·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord speurwerk speurwerken
verkleinwoord speurwerkje speurwerkjes

Zelfstandig naamwoord

speurwerk o

  1. activiteiten om iets te vinden/onderzoeken
    • Het speurwerk leverde niets op. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.