mul

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mul
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mul -
verkleinwoord mulletje -

Zelfstandig naamwoord

mul v / m / o mul [4] [5]

  1. (voeding) (vissen) Mullus surmuletus op Wikispecies m een soort uit de familie van de zeebarbelen [6]
  2. o dun katoenen weefsel
  3. m / v o fijn zand, stof [7]
  4. m / v o turfmolm
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen mul muller mulst
verbogen mulle mullere mulste
partitief muls mullers -

Bijvoeglijk naamwoord

mul [9]

  1. droog, los, stoffig, zandachtig, pulverig
    • Hij kon niet fietsen op de mulle zandweg. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders
66 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen