Naar inhoud springen

mouw

Uit WikiWoordenboek
  • mouw
  • In de betekenis van ‘armbekleedsel’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1] [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord mouw mouwen
verkleinwoord mouwtje mouwtjes

demouwv/m

  1. dat deel van een kledingstuk dat de armen omvat
     Wanneer hij zijn rechterarm uit de mouw trekt, schiet het tussen zijn schouderbladen.[4]
     We spraken niet met elkaar tijdens de wandeling, want Cicero, die een hekel had aan iedere herinnering aan de dood, hield zijn mouw tegen Zijn mond en neus gedrukt tegen de geur die van het Esquilijnse veld af kwam.[5]
  • Aan iets een mouw weten te passen
Een oplossing ergens voor weten
  • De aap komt uit de mouw
De waarheid wordt duidelijk
  • De handen uit de mouwen steken
Aan de slag gaan en aanpakken
  • Iemand aan zijn mouw trekken
Iemand corrigeren
  • Iemand iets op de mouw spelden
Iemand iets wijsmaken
 Je ging ergens anders wonen en besefte dat ze je iets op de mouw hadden gespeld.[6]
  • Iets uit zijn mouw schudden
Zonder moeite met iets komen
97 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[7]