mouw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mouw mouwen
verkleinwoord mouwtje mouwtjes

Zelfstandig naamwoord

mouw v/m

  1. dat deel van een kledingstuk dat de armen omvat
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Aan iets een mouw weten te passen
een oplossing ergens voor weten
  • De aap komt uit de mouw
de waarheid wordt duidelijk
  • De handen uit de mouwen steken
aan de slag gaan en aanpakken
  • Iemand iets op de mouw spelden
iemand iets wijsmaken
  • Iets uit zijn mouw schudden
zonder moeite met iets komen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen