mogelijkheid

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·ge·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mogelijkheid mogelijkheden
verkleinwoord mogelijkheidje mogelijkheidjes

Zelfstandig naamwoord

mogelijkheid v [1]

  1. iets wat gedaan kan worden of kan gebeuren,
     Net als de mogelijkheid om tijdelijk afstand te nemen van de constante druk in Amsterdam en even helemaal te doen waar ik zelf zin in had.[2]
     Bijna een half miljoen Engelsen zaten opeengepakt op een kleine kuststrook, zonder mogelijkheid om zich te verdedigen.[3]
  2. kans
     Duidelijk blijkt dat de diepere betekenis voor ons nog even waardevol is. Voor de viering zullen wij, terugdenkend aan vroeger, zeker veel mogelijkheden vinden.[4]
     Ik begon langzaam in te zien dat leven met minder spullen en uitgaven juist heel creatief kon zijn en ook veel nieuwe mogelijkheden kon creëren.[2]
Antoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. 2,0 2,1
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  4. “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 7
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be