mogelijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·ge·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mogelijkheid mogelijkheden
verkleinwoord mogelijkheidje mogelijkheidjes

Zelfstandig naamwoord

mogelijkheid v

  1. iets wat gedaan kan worden of kan gebeuren
    • En ook de Palettanen zagen geen enkele mogelijkheid hem hierin te helpen. [1] 
  2. kans
     Duidelijk blijkt dat de diepere betekenis voor ons nog even waardevol is. Voor de viering zullen wij, terugdenkend aan vroeger, zeker veel mogelijkheden vinden.[2]
Hyponiemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 114
  2. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 7