Naar inhoud springen

potentie

Uit WikiWoordenboek
  • po·ten·tie
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘macht’ voor het eerst aangetroffen in 1540 [1]
  • afgeleid van potent met het achtervoegsel -ie [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord potentie potenties
verkleinwoord - -

depotentiev [3]

  1. vermogen, kracht
     Met het verdwijnen van TMF is volgens regisseur Fawaz het tijdperk van de videoclip niet voorbij. "Voor alle artiesten is een clip nog steeds een van de belangrijkste punten. In een clip kan je wegdromen." Volgens Fawaz wordt er nu wel nagedacht over de potentie van een clip voor social media: "Er worden bijvoorbeeld ook tiktoks van gemaakt".[4]
  2. (seksualiteit) vermogen van de man om geslachtsgemeenschap te hebben
  3. toekomstige mogelijkheden
    • Volgens De Groot hebben andere typen versnellers meer potentie. Een investering in de FCC zou ervoor kunnen zorgen dat die technologieën minder snel ontwikkeld worden. [5] 
     Het hotel in Albergen is nu ingericht voor 80 gasten, maar volgens de staatssecretaris kunnen er in potentie 300 asielzoekers worden gehuisvest.[6]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[7]