misprijzen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • mis·prij·zen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord misprijzen -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mísprijzen o

  1. afkeurende spot
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
misprijzen
misprees
misprezen
klasse 1 volledig

Werkwoord

mispríjzen

  1. overgankelijk spot of afkeuring over iemand of iets uitspreken
    • Geëngageerde kunst wordt vaak misprezen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.