wegvoeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·voe·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van voeren met het voorvoegsel weg-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wegvoeren
voerde weg
weggevoerd
zwak -d volledig

Werkwoord

wegvoeren

  1. (overgankelijk) op geleide wijze iets of iemand weg doen gaan
    De gevangenen werden weggevoerd naar een kamp.