Naar inhoud springen

mededogen

Uit WikiWoordenboek
  • me·de·do·gen
  • In de betekenis van ‘barmhartigheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1400 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord mededogen -
verkleinwoord - -

hetmededogeno

  1. welwillend medelijden
    • Hij kreeg geen mededogen van zijn vrienden. 
     Engeland was ook het probleem niet, er was geen enkele reden voor mededogen met de onmenselijke Engelsen.[2]
     Koning Willem-Alexander en koningin Máxima zeggen "diep getroffen" te zijn door zijn dood. "Vanuit een rotsvast geloof in Gods liefde pleitte hij voor mededogen en menselijkheid. Sober en eenvoudig levend koos hij steeds de kant van de kwetsbaren en behoeftigen."[3]

barmhartigheid, belangstelling, compassie, deernis, erbarmen, genade, medegevoel, medelijden, medeleven, ontferming

98 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[4]