erbarmen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • er·bar·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
erbarmen
erbarmde
erbarmd
zwak -d volledig

Werkwoord

erbarmen [2]

  1. wederkerend medelijden hebben met iemand
  2. wederkerend zich ontfermen over iemand
    • De geneesheer erbarmde zich over de zieke. 
Synoniemen
  • [1] medelijden hebben.
  • [2] zich ontfermen.
enkelvoud meervoud
naamwoord erbarmen -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

erbarmen o [3]

  1. medeleven met de pijn of het ongeluk van een ander
    • Hebt erbarmen met een oude, zieke man. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen