erbarmen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • er·bar·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
erbarmen
erbarmde
erbarmd
zwak -d volledig

Werkwoord

erbarmen [2]

  1. (wederkerend) medelijden hebben met iemand
  2. (wederkerend) zich ontfermen over iemand
    De geneesheer erbarmde zich over de zieke.
Synoniemen
  • [1] medelijden hebben.
  • [2] zich ontfermen.
enkelvoud meervoud
naamwoord erbarmen -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

erbarmen o [3]

  1. medeleven met de pijn of het ongeluk van een ander
    Hebt erbarmen met een oude, zieke man.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal

Meer informatie