Naar inhoud springen

medelijden

Uit WikiWoordenboek
  • me·de·lij·den
  • medelijden hebben met
enkelvoud meervoud
naamwoord medelijden -
verkleinwoord - -

hetmedelijdeno

  1. verdriet over het leed van anderen
    • Ik heb echt medelijden met je. 
     Ze beschouwde ze niet langer als de problemen van rijke vrouwen, maar begon, in haar eigen ellendige toestand, tot haar eigen verbazing, medelijden met haar te krijgen.[2]
     Een vrouwenstem, dus niet de nukkige eigenaar die me zonder medelijden naar de kerk stuurde.[3]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]