Naar inhoud springen

barmhartigheid

Uit WikiWoordenboek
  • barm·har·tig·heid
enkelvoud meervoud
naamwoord barmhartigheid barmhartigheden
verkleinwoord - -

debarmhartigheidv

  1. de mate van barmhartig zijn
    • Zijn barmhartigheid was helaas erg laag. 
     Zo staat de bibliothecaresse erbij, hoort de verhalen aan, die ze al lijkt te kennen, met de piëteit van een non die, al staat ze nog zo in de ademtocht van de duivel, toch barmhartigheid kan schenken aan deze armzalige, gevallen ziel. Yousef Slaoui beent de balie voorbij. Hij voelt haar blik in zijn rug prikken, en ook de zwerver is lichtelijk afgeleid, neemt hoorbaar een slok van zijn koffie, probeert dan een halfslachtige poging te doen zijn verhaal te hervatten, wat niet lukt.[1]
98 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[2]
  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be