mande

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • man·de

Werkwoord

vervoeging van
mannen

mande

  1. enkelvoud verleden tijd van mannen
    • Ik mande. 
    • Jij mande. 
    • Hij, zij, het mande. 

Gangbaarheid

23 % van de Nederlanders;
19 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
mandar

mande

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mandar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mandar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mandar