mande

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • man·de

Werkwoord

vervoeging van
mannen

mande

  1. enkelvoud verleden tijd van mannen
    • Ik mande. 
    • Jij mande. 
    • Hij, zij, het mande. 


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
mandar

mande

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mandar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mandar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van mandar