lux

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lux
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘licht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1658 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord lux -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

lux v/m

  1. (eenheid) afgeleide SI-eenheid van verlichtingssterkte, weergegeven met symbool lx
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Latijn

Uitspraak
  • IPA: /ˈluːks/
Woordafbreking
  • lux

Zelfstandig naamwoord

lūx v

  1. licht
Uitdrukkingen en gezegden
  • lucem videre
    • leven (het licht zien)
Verbuiging