liga
Uiterlijk
- li·ga
- Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘verbond’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1] [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | liga | liga's |
| verkleinwoord | ligaatje | ligaatjes |
- Het woord liga staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "liga" herkend door:
| 95 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "liga" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ liga op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| liga | ligas |
liga v
| vervoeging van |
|---|
| ligar |
liga
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 95 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 4
- Zelfstandig naamwoord in het Spaans
- Plantkunde in het Spaans
- Werkwoordsvorm in het Spaans