springlevend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spring·le·vend
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen springlevend
verbogen springlevende
partitief springlevends

Bijvoeglijk naamwoord

springlevend

  1. (intensief) kerngezond
    • De coureur kwam gelukkig springlevend uit zijn brandende raceauto. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie