leest

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leest

Werkwoord

vervoeging van
lezen

leest

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lezen
    Jij leest.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lezen
    Hij leest.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van lezen
    Leest!
    Leest voor schoenreparatie
enkelvoud meervoud
naamwoord leest leesten
verkleinwoord leestje leestjes

Zelfstandig naamwoord

leest v/m

  1. een houten of metalen vorm waarop een schoen vervaardigd of gerepareerd wordt
    De leest is het attribuut van de schoenreparateur
  2. (verouderd) de gedaante van een lichaam
    Zij heeft dezelfde schone leest als haar tweelingzus.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: Schoenmaker blijf bij je leest!
Bemoei je niet met zaken waar je geen verstand van hebt!
  • [1]: Op dezelfde leest geschoeid
Op dezelfde wijze gemaakt, identiek


Meer informatie