Naar inhoud springen

gestalte

Uit WikiWoordenboek
  • ge·stal·te
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘gedaante’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1542 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord gestalte gestalten
gestaltes
verkleinwoord gestaltetje gestaltetjes

degestaltev

  1. de vorm van een rechtopstaande mens
    • Er verscheen een rijzige gestalte op de heuvel. 
     Op de bok draait de kleinere gestalte zich naar de grotere.[2]
     Nadat hij zich gemeld had, verscheen in de opening van de branddeur de morsige gestalte van de kok, die de kratten van hem aannam.[3]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]