taille

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tail·le
enkelvoud meervoud
naamwoord taille tailles
verkleinwoord tailletje tailletjes

Zelfstandig naamwoord

taille v/m

  1. het middelste deel van het lichaam
    • De broek zit wat strak rond de taille. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

taille v

  1. (spreektaal) spotternij
    «Ce mec, à force de balancer des tailles, il va se faire rétamer.»
    Als die kerel de hele tijd spottende opmerkingen blijft maken, wordt hij straks in elkaar geslagen. [1]

Verwijzingen