lazuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·zuur
enkelvoud meervoud
naamwoord lazuur lazuren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

lazuur o

  1. (mineraal) een kostbaar blauw gesteente
    • Heet dit gesteente "lazuur"? 
  2. (kleur) een helderblauwe kleur
    • Mijn lievelingskleur is lazuur. 
  3. een transparante verflaag
    • De kleurloze lazuur is enkel bedoeld voor de renovatie van hout dat al gelazuurd of gekleurd is of om andere kleuren lichter te maken. 
  4. een transparante verf
    • Voor een duurzaam en makkelijk te onderhouden oppervlak, adviseren wij dit te behandelen met olie, was, lak, verf of lazuur. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

33 % van de Nederlanders;
45 % van de Vlamingen.

Meer informatie