ultramarijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ul·tra·ma·rijn
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘helderblauw’ voor het eerst aangetroffen in 1615 [1]
  • van het Latijn (met het voorvoegsel ultra-) [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord ultramarijn ultramarijnen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ultramarijn

  1. (RAL-kleur) een kleur blauw met RAL-nummer 5002.
  2. o een blauwe verfstof; een blauw pigment dat van nature wordt aangetroffen in het mineraal lazuriet, maar al twee eeuwen ook synthetisch vervaardigd wordt en daardoor wijdverbreide toepassing vindt.
    • Heeft u die ook in het ultramarijn? 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ultramarijn ultramarijner ultramarijnst
verbogen ultramarijne ultramarijnere ultramarijnste
partitief ultramarijns ultramarijners -

Bijvoeglijk naamwoord

ultramarijn

  1. (RAL-kleur) deze kleur hebbend, een kleur blauw, met RAL-nummer 5002.
    • Hij rijdt in een ultramarijne auto. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen