ladder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lad·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ladder ladders
verkleinwoord laddertje laddertjes

Zelfstandig naamwoord

ladder v/m

  1. een houten of metalen voorwerp met treden om makkelijk op hoger gelegen plaatsen te komen
  2. (muziek) verkorting van toonladder
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
ladderen

ladder

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ladderen
    • Ik ladder. 
  2. gebiedende wijs van ladderen
    • Ladder! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ladderen
    • Ladder je? 

Verwijzingen


Engels

enkelvoud meervoud
ladder ladders

Zelfstandig naamwoord

ladder

  1. ladder