escalera

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
  • IPA: /es.kaˈle.ɾa/
Woordafbreking
  • es·ca·le·ra
enkelvoud meervoud
escalera escaleras

Zelfstandig naamwoord

escalera v

  1. trap, ladder
    • Corso apoyó la mano en la barandilla y empezó a bajar la escalera.  [1]

Verwijzingen

  1. Arturo Pérez-Reverte, El club Dumas, 1993 (2008 uitg., ISBN 9788466320702)
Synoniemen