kweepeer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwee·peer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kweepeer kweeperen
verkleinwoord kweepeertje kweepeertjes

Zelfstandig naamwoord

kweepeer v/m

  1. (fruit) een peervormige vrucht van de Cydonia oblonga op Wikispecies
    • De jongens in de keuken hebben het vak nog van de oude Jon Sistermans geleerd en hebben een stevige wildkaart in elkaar geknutseld: patrijs met rauwe zuurkool en walnootmayonaise, gebraden reebout met spruitjes en herfstbock, fazant met bloedworst, eendenlever en kweepeer en op het karkas gebraden hazenrug met schorseneren en chocoladesaus [1] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Volkskrant Marcus Huibers 3 november 2016
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be