krabben

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krab·ben
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
krabben
krabde
gekrabd
zwak -d volledig

Werkwoord

krabben

  1. (overgankelijk) met de nagels bewerken
  2. (overgankelijk), (scheepvaart) het niet hechten, maar over de bodem kruipen van een scheepsanker
    Ondanks de lange ankerketting, krabt het anker nog steeds.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • de rug krabben
Vertalingen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

krabben mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord krab