kraak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1376 [1]
  • Leenwoord uit het Noors, in de betekenis van ‘grote inktvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1870 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord kraak kraken
verkleinwoord kraakje kraakjes

Zelfstandig naamwoord

kraak v / m

  1. (koppotigen) een zeemonster, waarschijnlijk de inmiddels goed gedocumenteerde reuzenpijlinktvis, dat ondanks herhaalde waarnemingen door zeelui, door wetenschap en gemeenschap als mythisch werd afgedaan
  2. (koppotigen) Octopus vulgaris op Wikispecies, een inktvis zonder inwendig skelet
  3. zich onbevoegd toegang verschaffen tot iets
  4. (scheepvaart), (historisch), zeegaand zeilschip, ontwikkeld in de tweede helft van de 15e eeuw, dat veel gemeen heeft met de karveel waaruit hij is ontwikkeld
  5. (scheepvaart), (historisch), houten zeilschip uit de 15e-16e eeuw van de binnenwateren
  6. (scheepvaart), (historisch), ijzeren schip uit de 19e eeuw van de binnenwateren
  7. (informeel) iets wat klinkt of voelt als een breuk
     Ik weet nog goed dat ik zijn rechterarm vasthield en bezig was om die op zijn rug te draaien. Ik had daartoe mijn linkerhand om zijn bovenarm en met mijn rechterhand zijn pols beet. Terwijl ik zijn arm omdraaide merkte ik dat hij zich verzette tegen de aanhouding. Ik voelde hem kracht zetten. Ik voelde en hoorde een kraak.[2]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kraken

kraak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kraken
    • Ik kraak. 
  2. gebiedende wijs van kraken
    • Kraak! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kraken
    • Kraak je? 

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 "kraak" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 30 december 2020 Weblink bron agent [C] geciteerd door Rechtbank Midden-Nederland “uitspraak op 23-11-2016 in zaak nr. C/16/415812 / HA RK 16-101” (4 juli 2017), par. 2.19 op rechtspraak.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be