kraakpand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kraak·pand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kraakpand kraakpanden
verkleinwoord kraakpandje kraakpandjes

Zelfstandig naamwoord

kraakpand o

  1. een woning bewoond door mensen die daar juridisch geen recht hebben
    • Dit kraakpand werd met geweld ontruimd. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be