korrel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kor·rel
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Middelnederlandse corn(e) of koorn met het achtervoegsel -el en assimilatie van de -n- [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord korrel korrels
verkleinwoord korreltje korreltjes

Zelfstandig naamwoord

korrel m

  1. een enkele zaad van graan
    • Voor volkorenbrood gebruikt men meel waarin de gehele korrel is verwerkt.. 
  2. basisdeeltje waaruit een granulair, korrelig materiaal bestaat
    • Bij klei zijn de afzonderlijke korrels uiterst klein. 
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • met een korreltje zout nemen
niet geheel serieus nemen
  • iemand op de korrel nemen
iemand bekritiseren, bespotten
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
korrelen

korrel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van korrelen
    • Ik korrel. 
  2. gebiedende wijs van korrelen
    • Korrel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van korrelen
    • Korrel je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie