peperkorrel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

vijzel met peperkorrels
het droogproces van peperbes (links) tot peperkorrel (rechts)
Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·per·kor·rel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord peperkorrel peperkorrels
verkleinwoord peperkorreltje peperkorreltjes

Zelfstandig naamwoord

peperkorrel m [1]

  1. (voeding) de zaadkorrel van een peperstruik, die als ze gemalen is tot peperpoeder gebruikt wordt als smaakmaker
    • Maak ruim op voorhand de currypasta: komijnzaad, venkelzaad, peperkorrels en korianderzaad even roosteren in pan tot ze lekker ruiken, dan malen in een koffiemolen. Dan alle ingrediënten mixen in een keukenmachine. Olie toevoegen tot je een vette maar vaste pasta hebt. [2] 
  2. (figuurlijk) een kleine bol
    • Volgens fysicus Paul Steinhardt van Princeton University is een vorig jaar gevonden quasikristal afkomstig van een meteoriet die ooit op aarde viel. Op zich was die vondst in een steentje niet groter dan een peperkorrel al opmerkelijk, omdat nooit eerder quasikristallen in de natuur waren ontdekt. 'Quasi' slaat op de afwijkende structuur met zichzelf niet herhalende kristalpatronen. Nu komt daar de kosmische herkomst bij. [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 13/december/2014
  3. Volkskrant TONIE MUDDE 4 januari 2012