klit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klit klitten
verkleinwoord klitje klitjes

Zelfstandig naamwoord

klit v / m [2] [3]

  1. (plantkunde) Arctium op Wikispecies een geslacht van planten uit de familie Asteraceae
  2. (plantkunde) Arctium op Wikispecies bloemhoofdje met stekeltjes
  3. verstrikte massa
    • Mijn haar zit vol met klitten 
  4. lastig persoon die men niet kwijt kan raken
    • Wat is die vent toch een vervelende klit 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
klitten

klit

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van klitten
  2. gebiedende wijs van klitten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal