kladde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klad·de

Werkwoord

vervoeging van
kladden

kladde

  1. enkelvoud verleden tijd van kladden
    • Ik kladde. 
    • Jij kladde. 
    • Hij, zij, het kladde. 
  2. aanvoegende wijs van kladden

Meer informatie