kerkgebruik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kerk·ge·bruik
Woordherkomst en -opbouw
[1] enkelvoud meervoud
naamwoord kerkgebruik kerkgebruiken
verkleinwoord kerkgebruikje kerkgebruikjes
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord kerkgebruik -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kerkgebruik v/m

  1. (religie) een set gebruiken gedeeld binnen een kerkgemeenschap
    "Maar de lieden die tot hem behoorden, moesten de mis bezoeken, (*) en als hij den Godsdienst volgens Engelsch kerkgebruik in zijn huis houden liet, werd hij voor eenigen tijd van het Hof uitgesloten en moest Madrid verlaten". [1]
  2. het gebruiken van een kerkgebouw
    Hier is de lijst met reserveringen voor kerkgebruik door derden.
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Dr Thomas M'crie, Geschiedenis der uitbreiding en onderdrukking van de hervorming in Spanje in de zestiende eeuw, Amsterdam 1839