ritueel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ri·tu·eel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ritueel rituelen
verkleinwoord ritueeltje ritueeltjes

Zelfstandig naamwoord

ritueel o

  1. een geheel van vooraf vaststaande en gebruikelijke handelingen
    Een ritueel bindt mensen tezamen.
Hyponiemen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ritueel ritueler ritueelst
verbogen rituele rituelere ritueelste
partitief ritueels rituelers -

Bijvoeglijk naamwoord

ritueel

  1. een onderdeel van een ritueel vormend
    De priester verrichtte de rituele handelingen.
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl