plechtigheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plech·tig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plechtigheid plechtigheden
verkleinwoord plechtigheidje plechtigheidjes

Zelfstandig naamwoord

plechtigheid v

  1. een sociale gebeurtenis die met ernst en ceremonieel gepaard gaat
    De plechtigheid werd ruw verstoord door een stel dronken motorrijders.
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.