traditie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tra·di·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘overlevering’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1553 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord traditie tradities
verkleinwoord traditietje traditietjes

Zelfstandig naamwoord

traditie v

  1. datgene wat van generatie op generatie aan kennis of gewoontes overgedragen wordt
    • Volgens de traditie verklaarde St. Patrick in 434 in Ierland de heilige drie-eenheid door middel van een klavertje drie en maakt het een nationaal gelukssymbool. 
  2. een bepaalde gewoonte die op gezette tijden in ere gehouden wordt
    • Het is in Nederland traditie om op oudejaarsavond oliebollen te eten. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen