kenner

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ken·ner
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kenner kenners
verkleinwoord kennertje kennertjes

Zelfstandig naamwoord

kenner m

  1. deskundige
    • Een wijnkenner weet veel van wijn. 
     Veel mensen zijn bezorgd. Ook kenners maken zich zorgen, zoals professor Bongers. Hij werkt bij de universiteit.[1]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron nieuwsbegrip.nl “Bosbranden in het Amazonegebied” (26-8-2019), CED-groep