kaz

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaz

Zelfstandig naamwoord

kaz monbezield

  1. (medisch) cariës, tandbederf; aantasting van tandglazuur en het tandbeen door bacteriën waardoor gaatje in je tanden ontstaan
  2. (medisch) gaatje, vooroorzaakt door [1]
Verbuiging
Synoniemen
  1. vada v, závada v, porucha v, nedostatek monbezield, defekt monbezield, slabina v
  2. zubní kaz monbezield
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Verwijzingen

Zelfstandig naamwoord

kaz

  1. genitief meervoud van kaza

Werkwoord

kaz

  1. informeel tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs van het imperfectieve werkwoord kazit


Turks

Woordafbreking
  • kaz
enkelvoud meervoud
nominatief   kaz     kazlar  
genitief   kazın     kazların  
datief   kaza     kazlara  
accusatief   kazı     kazları  
locatief   kazda     kazlarda  
ablatief   kazdan     kazlardan  

Zelfstandig naamwoord

kaz

  1. (dierkunde) (vogels) gans