communist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·mu·nist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord communist communisten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

communist m

  1. (politiek) (economie) (filosofie) aanhanger, voorstander van het communisme
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

enkelvoud meervoud
communist communists

Zelfstandig naamwoord

communist

  1. communist