inzetten
Uiterlijk
- Geluid: inzetten (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɪnzɛtə(n) / (3 lettergrepen)
naamwoord van handeling zelfstandig bijvoeglijk inzetten inzettend inzet ingezet - inzetbaar
- in·zet·ten
- samenstelling van in bw en zetten ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| inzetten |
zette in |
ingezet |
| zwak -t | volledig | |
inzetten
- overgankelijk (spel) iets van waarde aan het risico van het spel onderwerpen
- Hij zette zijn laatste fiches in.
- overgankelijk beschikbare hulpmiddelen voor een bepaald doel gebruiken
- ▸ Er is zo'n enorme vraag naar nieuwe modellen dat we mediators van verlangen inzetten waar die niet thuishoren, zoals in pitchcompetities in de stijl van Shark Tank, waar niet de markt maar experts bepalen of een onderneming waardevol is.[1]
- ▸ Nadat hij was afgekeurd voor militaire dienst ging hij zijn enorme talent inzetten voor het verzamelen van steun voor deelname aan de Eerste Wereldoorlog.[1]
- Het leger werd ingezet bij die natuurramp.
- ▸ De meest kritieke fase is daarmee voorbij, meldt de brandweer, die 950 brandweerlieden inzette. De vlammen worden geblust met behulp van vliegtoestellen. Er blijven nog 520 brandweerlieden in het gebied om de brand verder te controleren. Hulpdiensten spreken van een "megabrand".[2]
- overgankelijk iets in een kledingstuk vastmaken
- Ik heb die rits nog niet ingezet.
- overgankelijk iets vastzetten in een sieraad
- Die ring is ingezet met een prachtige diamant.
- wederkerend zich ~ voor bereidheid tonen voor een bepaald doel moeite te doen
- Hij zette zich in voor het natuurbehoud.
- ergatief een begin maken
- Net nadat de winter was ingezet, begon Napoleon met honderdduizend man de desastreuze aftocht.
- [1] riskeren
- [1] verwedden
| vervoeging van |
|---|
| inzetten |
inzetten
- (in een bijzin) meervoud verleden tijd van inzetten
- ...dat wij inzetten.
- ...dat jullie inzetten.
- ...dat zij inzetten.
- ...dat wij inzetten.
de inzetten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord inzet
1. op het spel zetten
- Het woord inzetten staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "inzetten" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- 1 2 Luke Burgis“Waarom we willen wat we willen” (2021), Xander, ISBN 9789401619004
- ↑
Weblink bron “Zeer grote bosbrand in Frankrijk onder controle, 650 hectare nog in brand” (09 juli 2022), NU.nl - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Spel in het Nederlands
- Wederkerend werkwoord in het Nederlands
- Ergatief werkwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %