infinitief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·fi·ni·tief
enkelvoud meervoud
naamwoord infinitief infinitieven
verkleinwoord infinitiefje infinitiefjes

Zelfstandig naamwoord

infinitief m

  1. het hele werkwoord
    • Hij wist niet dat de infinitief hetzelfde was als het hele werkwoord. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie