humor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hu·mor
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord humor -
verkleinwoord - -
2 enkelvoud meervoud
naamwoord humor humores
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

humor m

  1. iets wat grappig is of het vermogen grappig te zijn
  2. (medisch) lichaamsvocht, vochtigheid
    In een oude middeleeuwse theorie werden vier humores onderscheiden: slijm, bloed, gele en zwarte gal.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • hu·mor
enkelvoud meervoud
humor humores

Zelfstandig naamwoord

humor m

  1. (medisch) lichaamsvocht
  2. stemming, humeur
  3. aard, karakter
  4. humor
Verwijzingen