humoraal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hu·mo·raal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen humoraal humoraler humoraalst
verbogen humorale humoralere humoraalste
partitief humoraals humoralers -

Bijvoeglijk naamwoord

humoraal

  1. (medisch) met betrekking tot de lichaamsvochten
Vertalingen

Gangbaarheid

42 % van de Nederlanders;
47 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen