huldebetoon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

monument voor de rechtvaardigen van België tijdens de Tweede Wereldoorlog
Uitspraak
Woordafbreking
  • hul·de·be·toon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord huldebetoon huldebetonen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

huldebetoon o [1]

  1. uiting van respect en dankbaarheid
    • „Deze samenleving is door en door verziekt door de fanatiekelingen”, zegt een lid van de socialisten in de gemeenteraad van Mondragón. Tot enkele maanden geleden hingen de foto’s van de gevangen ETA-terroristen als huldebetoon in de oude binnenstad. Toen werden ze op last van de rechter verwijderd. „Familie en vrienden van Carrasco moesten er elke dag langslopen”, aldus het gemeenteraadslid. Nog altijd wappert er in een steegje naar het stadhuisplein een vlag van de ETA.[2] 
    • Op de veronderstelde glans van het koningschap was hij allerminst uit. Zijn hofhouding, zowel die in Den Haag als die in Londen, was bescheiden in omvang. Zeker in vergelijking met die van Lodewijk XIV, bij wie zo'n 15 duizend mensen op de loonlijst stonden. En van publiek huldebetoon was hij al helemaal niet gediend. Dat nam niet weg dat Willem eraan hechtte om niet als prins van Oranje maar als koninklijke hoogheid te worden bejegend. [3]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Steven Adolf 16 mei 2009
  3. Volkskrant Sander van Walsum 14 januari 2017
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be